19 Mar

Paradiso Melkweg Productiehuis

‘Je kan ons eigenlijk vergelijken met de catwalk‘
Tekst: Roel Funcken

Paradiso Melkweg Productiehuis (PMP) bestaat dit jaar 10 jaar. Het productiehuis creëert en organiseert dé mix van dans, theater, film en videokunst in combinatie met livemuziek voor poppodia, festivals en bijzondere locaties.

Iedere Amsterdammer kent Paradiso en de Melkweg, daarentegen kennen weinig mensen het bestaan van PMP. Glamsterdam vond dat daar verandering in moest komen, en sprak met Talitha Stijnman en Karen Thijssen over de organisatie en hun projecten.

De voorloper van PMP is het Paradiso Productiehuis, ontstaan in 1997. Paradiso verzorgde in die tijd diverse muziekproducties, waaronder a Tribute To Jimi Hendrix. Een aantal muzikanten werden samengebracht en toerden door Nederland onder deze naam. Pierre Ballings (directeur van Paradiso) zag destijds een interessante ontwikkeling ontstaan: de toename van theater- en performance-achtige aspecten binnen de producties. Voor deze ontwikkeling wilde hij een platform bieden. De producties die in Paradiso werden gebracht konden wellicht ook interessant zijn voor andere podia, dit was de eerste aanzet om met de Melkweg te kijken naar een samenwerking. Deze samenwerking kwam er, en zorgde voor het ontstaan van Paradiso Melkweg Productiehuis. Binnen dit productiehuis werd er steeds meer een link gelegd met het multidisciplinaire karakter wat ontstond in de kunsten. Dankzij het Ministerie van OCW kreeg het PMP een structurele subsidie. Door deze subsidie kreeg PMP de kans om verschillende activiteiten te ontwikkelen.

Een van de activiteiten van PMP is het ondersteunen, en faciliteren van de ideeën van makers. Zo ondersteund PMP de Nederlandse band LPG met hun project: DeSpeech.

‘LPG kwam met het idee om een magazine te maken, dit magazine wilde ze vertalen in een avond waarop het publiek de inhoud ervan kon ervaren. Verschillende gesprekken hebben wij met ze gehad. We hebben gekeken hoe we het project inhoudelijk vorm konden geven, daarnaast werd er ook aandacht besteed aan marketing en verkoop, en de zakelijke- en productionele aspecten. Alle informatie die wij tijdens deze gesprekken verzamelen bundelen we tot een plan. Met dit plan hebben we, onder naam van de band, subsidie aangevraagd. Het concept is van hun, en het geld ook.’

DeSpeech bestaat uit drie uitgaven: een EP, een luisterboek, en een fotoboek die elk tot uiting komen in een aantal bijbehorende concerten.

‘De eerste uitgave: de EP, is in een handgemaakte box, en gelimiteerde oplage verschenen. Deze uitgave geeft weer welke invloed dag en nacht hebben op de beleving van onze werkelijkheid. LPG wil mensen niet alleen een mooie avond geven, maar ook een tastbare herinnering. De achterliggende gedachte van dit concept is ‘het tastbaar maken van digitale wereld.’ Tegenwoordig download iedereen muziek, en zet dat op z’n iPod. Het gevoel van een LP, met het bijbehorende mooie artwork, en de geur is in dit digitale tijdperk verloren gegaan. Dát is wat ze de mensen graag terug wilde geven.’

DeSpeech 01 staat op vrijdag 14 januari 2011 op Eurosonic in Groningen.

De tweede uitgave: het luisterboek, doet zijn naam meer eer aan. Vier speeches vormen de rode draad van deze uitgave. Het luisterboek wordt in het voorjaar van 2011 verwacht en de bijbehorende tournee staat voor mei 2011 gepland.

pMpLaB
In eerste instantie meldden veel theatermakers zich aan bij PMP. ‘Dit kwam doordat zij het heel spannend vonden om iets voor een popzaal te maken. Voor sommige theatermakers was het lastig om iets multidisciplinairs te maken, of om te gaan met de codes die in een popzaal gelden: de bar is open, mensen staan, en kunnen de zaal uitlopen.’

Om theatermakers de kans te geven om zich te ontwikkelen op dit gebied werd het PMP LaB opgericht. In dit laboratorium krijgen makers drie weken de tijd om onderzoek te doen naar het maken van een multidisciplinaire voorstelling. In die drie weken moeten de gestelde onderzoeksvragen worden beantwoord. Daarnaast wordt er materiaal ontwikkeld, en gerepeteerd. In de vierde week vindt de presentatie plaats. ‘De makers krijgen op zo’n moment direct feedback van het publiek, wij kunnen zien of iets werkt, en of er een klik is. Aan de hand van de presentatie bekijken wij de potentie en beslissen we of er een groter project van wordt gemaakt.’

Een project wat succesvol is volbracht in het pMpLaB is het solo-project van Coparck frontman Odilo Girod.

‘Hij wilde aan de hand van elektronische en akoestische songs droomwerelden verkennen waarin alles mogelijk is. Een live performance waarin hij slapeloze nachten heeft omgezet in een zintuiglijk optreden vol vervreemdende atmosferen, lichtprojecties, en onverwachte wendingen.’ Mede dankzij het PMP LaB heeft hij dit project succesvol kunnen volbrengen en heeft hij hiermee op de Parade gestaan. Dit succes heeft ervoor gezorgd dat hij –wederom in samenwerking met PMP- een locatievoorstelling mocht maken op Oerol. ‘Dit laat zien hoe een plan van iets kleins naar iets volwaardigs kan groeien.’

Talitha merkte dat er een ontwikkeling gaande is onder muzikanten: ‘zij willen namelijk meer multidisciplinair werken.’ ‘Door samen met musici multidisciplinaire voorstellingen te creëren, merk ik dat theaterfestivals geïnteresseerd zijn. Er is een nieuwe groep makers opgestaan, die nog niet bekend zijn bij het theaterfestivalpubliek: muzikanten ’Inmiddels is de insteek van het productiehuis veranderd: ‘We zijn veranderd van productiehuis dat multidisciplinaire projecten voor popzalen maakt naar productiehuis voor de muzikanten. We hoeven niet meer in een popzaal te staan, en die ontwikkeling maakt het wel heel interessant.’

Toekomst
Het Paradiso Melkweg Productiehuis wordt structureel gesubsidieerd. Deze subsidies zijn nodig om de verschillende activiteiten te ontwikkelen, en in stand te houden. Het PMP produceert zo breed als de sector is en stijgt daar soms bovenuit. Wanneer de subsidies voor PMP zouden verdwijnen heeft dat gevolgen tot in de kern van de organisatie.

PMP ontwikkelt niet alleen makers maar ook het genre.

‘Het is mogelijk om winstgevend te worden, maar dan met totaal andere producties. Deze producties zouden ervoor zorgen dat ‘de ontwikkeling’ voor de makers en het zal verdwijnen, en deze is juist zo belangrijk. De ontwikkeling treft niet alleen de makers, maar ook het genre.

Je hebt catwalk-mode, daar loopt eigenlijk niemand mee. Zonder catwalk-mode zal er nooit prêt-à-porter zijn. Je kan ons eigenlijk vergelijken met een catwalk, zonder catwalk is geen ontwikkeling voor zowel de makers als voor toegankelijke producties.

Ik hoop dat er geld voor ontwikkeling blijft bestaan. De wijze waarop het geld nu wordt besteed is volgens mij het beste. Als je jonge makers alles zelf laat doen, moeten ze het wiel opnieuw uitvinden. Hier zitten ze in een structuur, en hoef je geen organisaties op te richten om iemand te laten ontwikkelen.