Sterren aan een Firmament
De rijke historie van het DeLaMar Theater
Tekst: Roel Funcken | Foto’s: Collectie: Theater Instituut Nederland
Bronnen: Fien de la Mar – Jenny Pisuisse | Doek! – Henk van Gelder
Op 28 november 2010 opende Koningin Beatrix het vernieuwde DeLaMar Theater aan de Marnixstraat in Amsterdam. Na een bouwperiode van vijf jaar is het DeLaMar Theater eindelijk klaar voor gebruik. Het is niet de eerste keer dat dit theater wordt geopend, om precies te zijn de derde keer. DeLaMar Theater, zoals het vandaag de dag genoemd wordt kent een rijke geschiedenis.
Te beginnen met Fien de la Mar, de vrouw waar het eigenlijk allemaal om draait.
Fien de la Mar
Fien de la Mar werd geboren op 2 februari 1898 in Amsterdam, en overleed in op 23 april 1965 in Amsterdam. Fien wordt tot op de dag van vandaag bewondert om haar talent, ze kon alles: Cabaret, revue, operette, toneel, voordrachten, film en televisie.
Fien kwam uit een theaterfamilie, en had het theatertalent niet van een vreemde. Haar vader, Nap de la Mar, is belangrijk geweest voor het succes van zijn dochter. Kenmerkend voor de familie de la Mar is niet alleen de genialiteit die zij bezaten, maar ook de tragiek. Fien de la Mar kon zich moeilijk staande houden in het dagelijkse leven. Na haar zelfverkozen dood in 1965 haalden velen haar lijflied ‘Ik wil gelukkig zijn’ aan, met de toevoeging dat zij hier niet in geslaagd was. “Wat is geluk. Je denkt dat je het hebt en dan…pffft is het weg”, zei zij zelf aan het einde van haar leven in een interview (Het Vrije Volk, 1964).
Fien had volgens velen een grillig karakter, ze dronk regelmatige (te) veel en had vele minnaars. Tijdens de tweede oorlog stapte Fien de la Mar in het huwelijksbootje met Piet Grossouw, haar grote liefde. Fien weigerde destijds zich aan te melden bij de Kultuurkamer, hiermee kwam haar carrière tijdelijk tot een einde. Kort na de oorlog beleefde Fien haar comeback, niet alleen als actrice maar ook als theaterdirectrice. Kort na de sluiting van haar theater ging het bergafwaarts. Haar man overleed, en ze raakte depressief. Op 30 december 1957 ondernam Fien een zelfmoordpoging: ze zette de gaskraan open en sneed haar polsen door. Deze poging mislukte en Fien belandde in een psychiatrische instelling. Na de behandeling leefde ze even weer op, hoewel ze van het voorval een verminkte hand overhield.
In 1960 keerde Fien de la Mar terug naar het grote toneel. Ze merkte dat ze weinig aansluiting bij de jonge garde vond, zij benaderde hun toneelspel op een andere wijze dan dat zij dat deed. Fien verloor haar engagement, vereenzaamde, en raakte steeds vaker hysterisch. Ondanks alles kreeg Fien telkens weer een kans. In september 1964 was zij te zien in een eenakter van de KRO-televisie uit de reeks Vrouwenlevens. Het werd een succes. In februari 1965 speelde zij in een ander deel van dezelfde reeks, getiteld Tijd voor aftellen de angstige moeder van een astronaut. Fien heeft de uitzending op 25 april 1965 niet mogen meemaken. De zondag ervoor, Paaszondag, sprong ze uit het raam, tweehoog, van haar woning in de Amsterdamse Beethovenstraat. Ze overleefde de val, en werd overgebracht naar het Wilhelmina Gasthuis.
Toen haar gevraagd werd naar het waarom, antwoordde ze: ‘Om alles’.
Fien de la Mar overleed een paar dagen later, op 23 april 1965.
Het begin – Theater De la Mar
9 juni 1945
Edelachtbare Heeren!
Ondergeteekende neemt hiermede de vrijheid uw geacht college te verzoeken hem het recht van voortdurend erfpacht te willen verlenen, indien mogelijk met het recht van koop, van een perceel grond met daarop staand schoolgebouw plaatselijk genummerd Marnixstraat 404 (spieghelschool) met doel dit schoolgebouw te verbouwen tot theater. Hij doet dit verzoek om de volgende overwegingen.
1. hij verondersteld dat Amsterdam waarschijnlijk de eerste jaren een vermaakscentrum voor militairen zal worden, dat Amsterdam z.i. als zodanig te weinig theaterruimte biedt en eventuele nieuwbouwplannen voor het eerst niet tot uitvoering kunnen komen.
2. Dat naar een door hem gemaakt schetsontwerp de Spieghelschool in vrij korte tijd is om te bouwen tot een theater met 450 a 500 zitplaatsen en het daarvoor benodigde nieuwe materiaal zeer gering is in verhouding tot het te bereiken resultaat.
Wanneer dit plan verwezenlijkt kan worden ligt het in de bedoeling in dit theater te brengen internationale cabaretkunst, dat het tevens de vaste zetel zou worden voor mevr. Grossouw-de la Mar (Fientje de la Mar) waarbij ook de artistieke leiding in de exploitatie zou berusten. Naar zijn mening zou dit, alles tesamen, het Leidseplein als voornaam vermaakcentrum zeker ten goede komen. Met het oog op een teekende uw college beleefd om een spoedige beslissing, en teekent inmiddels met verschuldigde hoogachting.
Met deze brief, afkomstig van ‘Fientje de la Mar Ensemble’, en bestemd voor het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, werd de eerste stap gezet naar Het Theater De la Mar.
Het beoogde pand had al een bewogen geschiedenis. Ooit was het een christelijke kleuterschool, de Spieghelschool. Nadat het pand was afgekeurd werd het gebruikt als opslagplaats voor decorstukken van de Stadsschouwburg. Ten tijde van de oorlog kreeg het pand nog een extra functie: aanmeldingskantoor voor de Arbeitseinstaz. (de gedwongen tewerkstelling van jonge mannen in Duitsland) Door deze functie werd het pand een mikpunt van het verzet, op vrijdag 5 januari 1945 stichtte een verzetsgroep brand in het gebouw. Een dag na de brandstichting werden vijf als ‘anti-Duits’ betitelde ambtenaren van het Arbeitseinsatz voor de deur gefusilleerd.
Na ruim tien maanden kreeg de echtgenoot van Fien de la Mar, Piet Grossouw, goedkeuring van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam. De bouw kon beginnen! Het theater zou ruim 300 zitplaatsen bieden.
Voorafgaand aan de opening van Theater De la Mar werd er aan de gevel van het theater een klein monument van Hildo Krop onthuld, ter nagedachtenis aan de gefusilleerde verzetslieden. Fien had moeite met het beeldje. Ze had medelijden met de slachtoffers en ze vond het juist dat er een beeldje was, het was echter slecht voor háár theater. Het theater had ze immers van Piet gekregen.
Op 31 juli 1947 was het moment eindelijk daar. Iedereen die iets te betekenen had in het Nederlandse toneel kwam naar Amsterdam voor de opening van Theater De la Mar (ook wel het theater van Fien genoemd). Het theater draagt de naam van de hele familie, in het bijzonder die van Nap de la Mar. Een schilderij van hem in de rol van Napoleon hing boven aan de trap. De openingsvoorstelling ‘Maya’ werd gespeeld door toneelgroep Comedia, waarin Fien de hoofdrol vertolkte.
Het De la Mar Theater herbergt in de jaren verschillende cabaretgezelschappen, van Fien zelf, en van Martie Verdenius. In alle voorstellingen is de theaterdirectrice het stralende middelpunt. De grootste namen stonden in het theater, maar het was niet genoeg om het theater draaiende te houden. De driehonderd plaatsen waren lang niet elke avond bezet. Fien ontbrak het aan discipline en zakelijk inzicht en Piet Grossouw was geen theaterman. Het bijgeloof dat de voormalige fusilladeplaats ongeluk bracht hield artiesten weg van het theater.
Een klassieke uitspraak van Fien tegen Wim Sonneveld, die met veel meer succes in het Leidsepleintheater optrad, luidde: ‘Ze komen wel bij jou, in die drollenhoek en in mijn bonbonnière blijven ze weg.’
Vijf jaar later, in1950, ging het bouwbedrijf van Piet Grossouw door allerlei omstandigheden failliet. Met het gevolg dat het theater moest sluiten, en kwam er een einde aan de rol van Fien als ‘theaterdirectrice’.
“Het was een debâcle”, aldus de bondige woorden van Fien de la Mar zelf. “Soms speelden we voor twaalf mensen. We hadden geen recette en konden ook geen trekkers krijgen als Toon Hermans” (Het Parool 1964).
Een tweede start – Het Nieuwe de la Mar
Na de sluiting van Theater De la Mar bleef het maanden lang stil omtrent de toekomstplannen. Eind 1951 verscheen er een bericht in de krant. De burgemeester en wethouders zouden op korte termijn aan de gemeenteraad bekend maken wat er met het pand ging gebeuren. Het college van B&W had als plan om er een bioscoop van te maken.
De gemeente kreeg daarop veel verschillende reacties van bioscoopeigenaren uit Amsterdam. Er was een grote interesse in het pand, en het college reageerde hier erg positief op. Nog voordat de plannen konden worden onderzocht riep mevrouw A. Luns, door middel van een motie, op om het college te verplichten eerst advies te vragen aan de commissie Kunstzaken voordat zij met een plan voor een nieuwe bestemming kwamen. In de weken daarna dienden verschillende partijen een voorstel in, zo ook het drietal Paul Kijzer, Piet Meerburg en Wim Sonneveld.
Dit drietal was ontstaan nadat Piet Meerburg en Paul Kijzer, Wim Sonneveld vroegen om zich aan hun te binden. Piet Meerburg en Paul Kijzer wilden namelijk het theater graag in hun bezit krijgen, maar ze konden dit theater alleen rendabel maken met een ‘grote’ naam aan hun zijde. Piet Meerburg en Paul Kijzer vertelde Wim Sonneveld over de plannen: de uitbreiding van het theater, met een stijging van het aantal zitplaatsen naar 500. Daarnaast boden ze Wim Sonneveld 50% van de aandelen, en mocht hij als eerste zijn speeldagen plannen. Piet Meerburg kreeg de dagelijkse leiding en was verantwoordelijk voor de programmering, Nadat al deze punten waren overeengekomen, stond er nog een taak te wachten: de gemeente overwinnen.
Piet Meerburg: ’Wim en ik begonnen een charmeoffensief gericht tot mevrouw Luns, de toenmalige kunstpaus van Amsterdam. Zij heeft de commissie Kunstzaken van de gemeente bewerkt zodat wij het De la Mar konden huren voor f 12.000,- per jaar. We hebben vier ton gestoken in de verbouwing van het theater en dat geld leenden we van particulieren. De bank doet namelijk nooit iets als het om theaters gaat.’
In aanloop van de opening, die plaats zou vinden op 23 december 1951, boog Wim Sonneveld zich over de naam van het theater. Het liefst zag hij een heel andere naam, maar besloot uiteindelijk de verwijzing naar ‘De la Mar’ te behouden. Hij vond wel dat ‘nieuwe’ eraan toegevoegd moest worden. Het Nieuwe de la Mar was een feit, het theater opende met Wim Sonnevelds musical ‘het meisje met de grote voeten’. Het schilderij van Nap de la Mar nam Wim Sonneveld over van Fien, en bleef aanwezig in het theater.
Volgens verschillende bronnen voelde Fien de la Mar zich beledigd door deze naamswijziging, en heeft sindsdien geen stap meer in het theater gezet.
Het Nieuwe de la Mar theater liep voorspoedig. Het theater had al snel een aantal vaste bespelers. De bloeiperiode van Het Nieuwe de la Mar Theater ontstond toen naast Wim Sonneveld nu ook Wim Kan zijn voorstellingen in het theater ging spelen. Mede hierdoor kreeg het theater landelijke bekendheid. In Het Nieuwe de la Mar kon men terecht voor cabaretavonden van Sonneveld, politiek geëngageerde cabaret van Wim Kan en musicals van Annie M.G. Schmidt. Daarnaast werden er ook toneelstukken en kindervoorstellingen ten tonele gebracht.
Na het overlijden van Wim Sonneveld en Wim Kan kwam er een einde aan de bloeiperiode die het theater kende. Door het grote aanbod aan diverse soorten theater, en de snelle doorstroming van het amusementsgenre, werd het voor Het Nieuwe de la Mar steeds moeilijker om het jaar zonder verlies af te sluiten. In 1984 werd Piet Meerburg gedwongen om subsidie aan te vragen, door een exploitatietekort van 190.000 gulden. Tot kort daarvoor was het Nieuwe de la Mar het laatste theater in Nederland dat volledig op particuliere basis werd geëxploiteerd.
De gemeente ging akkoord met een waarderingssubsidie van een ton per jaar. De gemeente kon geen structurele subsidie verstrekken waardoor de toekomst er zorgelijk uit bleef zien.
Een derde poging – Stichting Theatercombinatie Bellevue/Nieuwe de la Mar
Mede dankzij een fout van de gemeente, die in veronderstelling was dat Theater Bellevue en Het Nieuwe de la Mar aan elkaar grensde, was er de mogelijkheid om de twee theaters onder één organisatie te plaatsen. Zo ontstond in 1987 Stichting Theatercombinatie Bellevue/Nieuwe de la Mar.
Een bijzondere combinatie, aangezien beide theaters een totaal verschillend publiek bedienden.
In Theater Bellevue zag je de vooruitstrevende podiumkunst. Het Nieuwe de la Mar had een bedaagder imago en ook het bijbehorende publiek. Het was uitzonderlijk te noemen wanneer ‘vaste bezoekers’ van Theater Bellevue naar een voorstelling in Het Nieuwe de la Mar gingen, en andersom.
De nieuwe directrice van deze stichting Hanneke Rudelsheim was van mening dat Het Nieuwe de la Mar aan vernieuwing toe was. Rudelsheim kwam van Theater Bellevue, en merkte al snel dat ze haar persoonlijke voorkeur voor theater moest loslaten om beide theaters te kunnen leiden. In de kleine zaal van Theater Bellevue stond regelmatig beginnend cabaret.
Hanneke Rudelsheim stelde een verlanglijst op met namen die ze graag in Het Nieuwe de la Mar terug wilde zien. Freek de jonge, Paul Haenen, Youp van ’t Hek en Paul de Leeuw, allemaal zag ze ze terug!
Door de ontwikkeling van de theatersector liep men binnen Het Nieuwe de la Mar tegen een probleem aan: de ruimtes waren te nauw. Hierdoor werd het steeds vaker onmogelijk om decorstukken het theater in te krijgen. Ondanks deze problemen bleef het theater populair, mede dankzij de goede locatie.
In 1997 werd het negentigjarige jubileum gevierd. Het jubileumseizoen leverde veel publiciteit op voor de –slechte- situatie waarin het gebouw verkeerde. De temperatuur in de zaal steeg soms tot 38 graden Celsius. Berekeningen wezen uit dat een verbouwing van het Nieuwe de la Mar theater tussen de 7,5 miljoen en 10 miljoen gulden zou kosten. Voor de gemeente was het onmogelijk om dit bedrag aan het theater toe te kennen.
Het bleef een aantal jaren stil omtrent de staat van het pand. In 2000 werd er een artikel geschreven waarin naar voren kwam dat de staat van het pand schrikbarend slecht was. Een plafond moest worden gestut, en wanneer er niets aan het pand zou worden gedaan, het langzaam zou afbrokkelen. Slopen en opnieuw opbouwen was de enige toekomst voor Het Nieuwe de la Mar
Een vierde poging en de oplossing – DeLaMar Theater
In 1996 had Joop van den Ende interesse getoond in het bioscopencomplex Calypso/Bellevue Cinerama. Hij wilde een nieuw theater openen naast het Nieuwe de la Mar Theater, waar artiesten de mogelijkheid krijgen er langere tijd achtereen op te treden, naar voorbeeld van New York en Londen.
In 2002 kwam Joop van den Ende in contact met Hannah Belliot, cultuurwethouder van Amsterdam. Zij spraken over de toekomst van het Stedelijk Museum, waaraan Joop van den Ende via zijn VanDenEnde Foundation wilde bijdragen. Na enige tijd begon Belliot over een ander probleemgeval in haar portefeuille: het Nieuwe de la Mar Theater. Belliot vroeg Van den Ende of hij, naast bioscopencomplex Calypso/Bellevue Cinerama, óók interesse had in het Nieuwe de la Mar. In september 2002 verschenen de eerste berichten dat Joop van den Ende interesse had in het Nieuwe de la Mar Theater, Hannah Belliot reageerde hier uitermate positief op. Na goedkeuring van de gemeente kon er eind 2005 een begin worden gemaakt met de sloop en de bouw van het DeLaMar Theater.
Het DeLaMar Theater is voorzien van twee zalen. Deze twee zalen van het DeLaMar Theater dragen de namen van theaterlegendes Wim Sonneveld en Mary Dresselhuys. De grote zaal gaat Wim Sonneveld zaal heten, de kleine zaal wordt de Mary Dresselhuys zaal. Joop van den Ende: ‘Uit eerbetoon aan de theaterlegendes die ontelbaar veel voetsporen in het voormalige Nieuwe de la Mar Theater hebben nagelaten willen wij hen een prominente plek geven in het DeLaMar Theater.
De programmering van het DeLaMar Theater richt zich vooral op kwalitatief hoogwaardig theater in de traditie van het voormalige Nieuwe de la Mar Theater, dat in 2005 zijn deuren sloot. Daarnaast zal de VandenEnde Foundation de komende tien jaar geld beschikbaar stellen voor de programmering door een zelfstandige directie. Het zal geen “Joop van den Ende-theater” worden, de programmering moet in de stijl van het oude Nieuwe de la Mar blijven. Dat betekent dat er zowel toneel, cabaret, musical, familietheater en diverse internationale voorstellingen te zien zullen zijn. Deze producties zullen voornamelijk van vrije producenten zijn.
www.delamar.nl



